maandag 24 april 2017

De Kostganger


Kwam een oud prentje tegen die ik van een nicht ontving. Op
de foto een aantal mensen waaronder “ome Jaap” de kostganger van oma.(rechts van ons, links van oma)
Oma was geen vrouw die gaarne op de foto ging, dat is wel duidelijk. Ze keek naar de fotograaf of ze hem na het kiekje eigenhandig per direct zou verwurgen. Oma mocht je of niet. Zo niet dan moest je oplazeren.

Haar Kostganger was “ome Jaap” (want als kind noemde je buren, kennissen etc. in mijn jeugd altijd “Ome”. Een kostgangers (een woord dat uit de gratie is geraakt) was iemand die een klein kamertje of kleine ruimte had met een bed en een nachtkastje en dus bij je sliep. De maaltijd werd ook door oma verzorgd en de was etc. Zo’n kostganger betaalde een X bedrag en hoorde op die manier een beetje bij het gezin en droeg bij aan de kosten van het bestaan.

Oma was altijd een beetje vies van oma Jaap en aangezien de douche boven was mocht hij niet met zijn vuile onderbroek in de hand de trap af om dat in de wasmand te gooien. Als hij toch boven was om te douchen moest hij zijn ondergoed maar uit het raam werpen op het achteruitje. Dat ging jaren goed en na het douchen, slofte ome Jaap dan neerwaarts en raapte zijn ondergoed van de grond en deponeerde het dan in de wasmand die in de keuken stond, zodat oma zich niet behoefde te ergeren aan ome Jaap die door de huiskamer wandelde met in zijn handen zijn vuile onderbroek. Ja, oma was een beetje raar en lastig, nu weet u waar ik het van heb.

Het ging overigens goed totdat oma een keer onder het raam stond toen ome Jaap zojuist zijn vuile ondergoed precies bovenop oma’s kop smeet. Daarna mocht hij toch weer met zijn vuile goed door de huiskamer wandelen….

Oma geloofde in God. Bidden deed ze ook. Ter kerke deed ze niet aan en een Bijbel herinner ik mij ook niet. Wel veel romans die ze gaarne las. Van haar zal ik denk ik die hang naar de Schepper wel hebben meegekregen. Bedankt weer…

zaterdag 22 april 2017

Als het hek van de dam is…



Er zijn zaken in het leven waarbij je even diep na moet denken. Voor je het weet is het hek van de dam en meestal loopt er op het weiland dan net een stier. Dat wordt hollen geblazen dus even je plaats kennen en achter het hek blijven.

Drank. De meesten proberen angstvallig die laatste neut of die allerlaatste gekoelde goudgele cilinder niet te nemen. Maar het hek is reeds van de dam en beter kun je die eerste overslaan. Dan houd je de controle gemakkelijker. Na die eerste is het lastiger om tegen de tweede nee te zeggen. Of tegen de tiende. Meestal eindig je dan toch weer blauw op in de heg met de fiets.
Vroeg aan een grote baas van een te groot concern om het bij name te noemen alhier, of hij (hij is inmiddels 78 jaar) ergens spijt van had in zijn leven? Hij behoefde niet lang na te denken en biechtte mij het volgende op. Ik was een jonge man (ik niet, de baas van het concern hé) en verliefd op een vrouw van het kantoor. Maar ze was gehuwd en hij ook en ze waren gelukkig gehuwd. Maar het bloed kruipt nu eenmaal waar het niet gaan kan er hij werd steeds een beetje gekker op het vrouwtje op kantoor en zij op hem, maar het werd nimmer uitgesproken. Op een middag stond ze op de bus te wachten en het regende zo dus hij naam haar mee in zijn dikke auto om even thuis te brengen. In de auto had ze hem bij het afzetten smachtend aangekeken en toen had ik had moeten kussen maar deed het niet.
Aldus de baas. Hij had er nog altijd spijt van dat hij dát niet gedaan had. Ondanks zijn goede huwelijk en haar goede huwelijk, dacht hij dat die ene kus een gemiste kans was. “Je mag toch wel één bonbon nemen uit het doosje, ”was zijn gedachte.

Ik ben zo bang dat hij ongelijk heeft. Zal u vertellen waarom. Omdat die ene kus net als die ene eerste borrel, het beste overgeslagen kan worden. Geef  of neem je um toch, dan is er geen houden meer aan en eindig je weer op in de heg of erger het hoge gras.

Als er één ding is waar onze zwakte zit als mens dan is het wel onze zelfbeheersing. Derhalve verbaast het mij niet dan de statistieken uitwijzen dan 20% van de bevolking bastaardkinderen zijn. Zelf Prins Bernhard zaaide rijkelijk en overvloedig. Maar slim en netjes was het niet. Kom, laten we een oranjebitter nemen en hier een les uit halen. Of beter in het geheel geen bitter misschien. Glaasje water dan? Om bij te komen van de schik…

donderdag 20 april 2017

Stijfselkissies



Moeder moest weer oudbakken liedjes zingen. Ach, ze bedoelen het goed hoor in het tehuis, tuurlijk. Allemaal tranentrekkers waar zelfs een bouwvakker met spoed
van aan de racekak zou gaan. Maar tos nu eenmaal niet anders. Ben je oud dan wordt er van je verwacht dat je oudbakken liedjes zingt en daar van geniet. Ik zou zelf liever vol gas met de oude Harley over de gangen razen, maar dat zal dan wel weer niet mogen.

Moeder houdt overigens van the rolling stones en Pink floyd. Maar dat zingen ze daar niet. Sterker nog, ze kennen het niet eens. Ma zingt dapper mee dat ook haar wiegje een stijfselkissie was, maar in haar ogen glimt een lichtje dat lijkt te zeggen: stelletje oude koekenbakkers hier.

Als ik nog wat ouder word, mot ik er vast ook aan geloven. Ik moet er niet aan denken als ik eerlijk ben. Hoe lief het ook bedoeld is. Ik word vast een vies oud mannetje wat ik je brom. Wat? Ja je hebt vast gelijk, ik ben het al. Ik houd niet van zingen. Zoenen, dat is het ware goed. Maar dat zal ook wel niet mogen. Waarom kan ik als priester nooit eens normaal doen? Misschien omdat christenen vaak zo saai zijn. Ik heb die staat nog niet bereikt. Dat het maar lang zo blijven mag. Sorry God……


woensdag 19 april 2017

Wie brengt je thuis?


Bedtijd, nou ja eerst nog even douchen hoor. Ik sluit hem af deze dag met een van de mooiste nummers ooit gemaakt. We hebben tenslotte allemaal wel eens iemand nodig die ons even thuis brengt. Of op pikt. Of opraapt als we gevallen zijn. Of die je troost als het leven pijn doet. We zijn ten diepste eenzame wezens opgesloten in onszelf. Echt contact is spaarzaam dacht ik. We leven naast elkaar. Werken met elkaar, kussen elkaar misschien weet ik veel. Maar heel diep van binnen komt niemand. Daar ben je altijd alleen. Hoe fijn is het dan als er in ieder geval eentje is die je in de nacht van het leven eindelijk thuisbrengt.

De hemel is voor mij geen plek om met je blote reet op een wolk te zitten met een lamlendige gouden harp. Het is de plaats waar wij elkaar eindelijk omhelzen in een alles openbarende gemeenschap. Om nog maar te zwijgen over Hem. Ik kan niet wachten. U wel….

maandag 17 april 2017

Over je schouwer kijken

Soms moet je wel eens over je schouder kijken of alles nog oké is in het leven. De Bijbel leert ons dat we vooruit moeten zien. Achterom zien zou niet handig zijn want een boer moet rechte voren trekken. Maar ik ben geen boer en trek geen voren.
Dus ik meen dat af en toe even over je schouder kijken naar wat je achter je hebt veroorzaakt ook van veel belang zijn en je behoeden voor ontsporen.

Versprekingen in de kerk



In de Goudse glazen prijkt een afbeelding van over over overgrootvader van mijn vaders kant. Een wat norse man die wat nekhaartjes overeind laten staan als ik naar de afbeelding kijk. Lijkt me geen vrouwvriendelijk type. Misschien vergis ik me.
Over vergissingen gesproken: was een tijdje geleden in de
Gouwekerk waar een voorganger meende zich een accent aan te meten. Sommige dominees/ voorgangers hebben dat. Ze spreken in de kerk vanaf de kansel geheel anders dan als ze maandagmorgen bij de slager een onsje bloedworst bestellen. Men noemt het wel: de tale Kanaäns. En denk nu niet dat dit enkel in de behoudende wat zwaardere richtingen speelt. Dit is een Pinkstergemeente waar ik te gast was en de spreker vervormde zijn woorden zo dat: de Heilige Geest klonk als: Geilig beest. Ergerde mij er nogal aan als ik eerlijk ben. Doe normaal en spreek normaal!
Erger werd het op die Paasmorgen toen hij luidkeels vanaf het podium begon te roepen: De Levensvorst is uit het graf opgestaan voor uw en mijn zonden.
Het klonk toch heus als: De Leverworst is opgestaan uit het graf voor uw en mijn zonden.
Ik wist het niet, u wel?
Heb er een liedje bij dat wellicht met enige verbuigingen tot een nieuw opwekkingslied kan verworden. Het gaat zo: Liever Kips leverworst, dan gewone leverworst, ratattatatatata……

Toe, sprekers en voorgangers, praat ff normaal ja…

zondag 16 april 2017

Wanneer begint de dienst (aan Hem?)

Las vandaag op de liturgie van de kerk dat er zingen was voor de dienst begon. Nu denk ik altijd diep na over dergelijke zinnetjes en kwam er niet uit. Bedoel maar: wanneer vindt de kerk dat de dienst begint? Bij het vollopen van de kerk? Nee
dus. Bij het orgelspel? Ook niet.
Bij het gezamenlijk zingen? Nee dus. Als iedereen er is? Nee dus. Als God er is? Nee, dus want die is er altijd. (hoop ik)

Geeft dit niet een vertekend beeld van hoe wij de Dienst moeten zien? Waar in de Bijbel lezen wij dergelijke? Is het hele leven eigenlijk geen aaneengesloten dienst (aan Hem)? Trekken we zaken niet los van elkander alsof de dienst (of zo u wilt het DIENEN van Hem) een begin heeft op een bepaalde tijd en een einde? Alles binnen de kerk! De kerk geeft wel aan hoe en wat.
Door wie wordt bepaald wanneer een dienst is begonnen dan? En wie heeft dat gezag om een dienst als zijnde nog niet of juist wel begonnen te bestempelen?
Zingen voor de dienst? Ik kom er niet uit. Dacht dat namelijk alles wat men doet tot eer van Hem, bij de dienst hoorde. Niet het horen van hoe wij moeten leven is dienst(baarheid) doch het daarna naar buiten gaan uit de samenkomst en in actie komen.

Ik zal wel weer een boos berichtje krijgen van mensen die mijn gedachten onverteerbaar vinden, maar dat moet dan maar...

zaterdag 15 april 2017

Geloven is voor de zwakke



Zomaar een paar woorden, die een oud mannetje tegen een nog ouder mannetje sprak, welke samen op een bankje in het plantsoen zaten. “Weet
je waarom ik niet in een God of hogere macht geloven kan”” “Vroeg het oude mannetje met de reusachtige zinksnijder waar een druppel onder hing die maar niet wilde vallen? De ander haalde slechts zijn broze schouders op in afwachting van wat er komen zou. “Dat heeft te maken met het leed in deze wereld. Al er een Schepper zou bestaan dan vind ik het ronduit een schoft”. Het andere oude mannetje kuchte even en stak de brand in een sigaartje. “En dan, hervatte de man met de grote zinksnijder: geloven is voor de zwakken. 

Wie heeft God nodig in deze tijd? Heb je pijn dan ga je naar de dokter en hebbie honger nou, dan kun je gratis voedselpakketten krijgen bij de voedselbank. Nee, voor mij geen Schepper die dat aan zou sturen, welnee. Een God, ja dag hoor mijn neus uit.”
De ander sprong op van het bankje als door een wesp gestoken en riep tussen twee fikse halen van zijn sigaar:” Nou mot je eens goed naar me luisteren Herman, jij weet dat ik naar de kerk ga en wel degelijk in God geloof, mot je me daarom altijd sarren? Mien en ik bidden elke avond voor je, als je dat maar onthoudt.”

Herman zuchtte en keek verbaast. “Bidden is ook voor de zwakken,” riep hij de zinksnijder na die zijn rollator startte en weg kuierde over het grindpad. Na een paar meter keerde hij weer om en riep: ”Waar ga jij dan heen met je zonden?”
“Zonden, zonde, man ik heb geen eens zonden, schreeuwde Herman terug.” “Je liegt, “schreeuwde de zinksnijder. “Niet waar.” “Wel waar.” “Niet waar….”

Enfin, ik ben maar doorgelopen.

dinsdag 4 april 2017

De grote (blijde) boodschap

Op de muur van ons toilet staat: ”kom effe zitten.” Een aardige spreuk me dunkt die wij niet te letterlijk moeten nemen anders staat heel de Molenwaard morgen voor de deur om te komen doordrukken.

Mijn moeder schreef in een jolige bui ooit op de muur van de Wc:” Poep je niet dan rust je toch.” Pa was er niet blij mee maar wat er stond was niet meer uit te wissen.
Persoonlijk vind ik dat de massa een kleine wc ruimte heeft (wij ook). Zelfs enorm riante huizen zit je vaak toch weer te downloaden in een piepkleine schoenendoos. Het schijnt te maken te hebben met schaamte. In een grote ruimte vinden veel mensen het niet fijn om hun ding te doen. Nee, klein bescheiden schijten heeft de voorkeur en dat terwijl wij toch spreken over de grote boodschap.
Er zijn er die lezen tijdens het toiletbezoek, de krant. Een mij volslagen vreemde gewoonte want ik zit er niet om drukwerk te zien, doch om zelf klaar te komen met drukwerkzaamheden. Lees ik daarbij het (slechte) nieuws dan ben ik bang dat alles weer naar binnenschiet, want we leven in een dolle wereld hoor.
En dan, ik ben geen langzitter. U wel? In militaire dienst als commando-opleiding moest je in 35 seconden kunnen kakken plus veegwerk. Lukte dat niet dan werk je van de pot gerukt.
Enfin, Wc verhalen ten over. Ik toon u ons kleinste kamertje en als het aan mij had gelegen was het drie keer zo ruim….


maandag 3 april 2017

Barabbas of Jezus?



De naam Barabbas betekent: zoon van (de mens). Bijzonder dat nu juist deze Barabbas naast de Here Jezus gekozen kon worden. Eigenlijk twee zonen.
Een zoon vanuit de mensenkinderen, Barabbas geheten en een uit de hemel, de Here Jezus genaamd.
Een schuldig en een onschuldig. De schuldige werd vrij, de onschuldige droeg de straf. De schuldige kreeg het leven, de onschuldige de dood.
De naam Barabbas betekent ook: zoon van de Vader. Ook hier waren twee zonen van de vader. Een uit de mens en een uit God. Twee kinderen, twee mensen, twee maal Adam. Een uit de mensen en een uit God, de nieuwe Adam. Zien we hier de diepgang achter dat moment van veroordeling? Zoiets treffen wij alleen in het boek der boeken, de Bijbel. Geen enkel zogenaamd spiritueel boek heeft deze diepgang.
U en ik werden vrij, gelijk Barabbas vrij werd. Hij droeg onze schuld, stierf aan Zijn liefde voor ons en stond door die geweldige kracht op uit de dood.

Barabbas of Jezus, nog altijd klinkt die roep.